Grondstof voor vergisting
Leeuwensteijn CRU richt zich op centrale verzameling van de reststroom van uien. Hieronder vallen: pellen, staarten, ondermaatse uien (<20 mm), rokken en tarra uien. De uien sorteerbedrijven ontvangen maandelijks een certificaat dat de door hen afgevoerde uien reststromen verwerkt zijn voor de winning van duurzame energie. Na inzameling worden de reststromen voorbewerkt om het geschikt te maken als co-product voor het opwekken van duurzame energie. De voorbehandeling bestaat vaak uit drogen, verkleinen, ontijzeren en verwijderen van andere materialen zoals stenen en hout.
Er zijn grote verschillen in ‘biogaspotentieel’ van de verschillende mogelijke grondstoffen. Dit heeft te maken met het drogestofgehalte (hoe groter het drogestofgehalte, hoe meer biogas), de samenstelling (vetrijke biomassa produceert meer biogas dan bv. zetmeelrijke biomassa) en het ligninegehalte (mate van ‘verhouting’) van de biomassa. De waarde als coproduct voor vergisting van een product wordt bepaald door de methaanopbrengst en afwezigheid van negatieve factoren als zand en overmaat aan nutriënten en zware metalen. Verteerbaarheid (vluchtige stof gehalte) geeft inzicht in de methaanopbrengst en dus de waarde voor vergisting. Labanalyses tonen aan dat bij 37°C, 1 ton vers product 188 M3 oplevert. Het droge stof gehalte kunnen wij garanderen op minimaal 30%, het vluchtige stofgehalte op minimaal 80%. De ervaring leert dat we het product zelfs tot 68% drogestofgehalte en 92% vluchtige stofgehalte kunnen afleveren, wat uiteraard een nog hoger rendement oplevert. Ook hiervan zijn labanalyses gedaan en het blijkt dat 1 ton vers product dan zelfs 340 M3 oplevert.